Christelijk-Sociaal. Alleen het woord zelf klinkt al links. De voorstanders ervan proberen naar harte lust het idee op te dringen dat men alleen maar “sociaal” kan zijn door een soort christelijk socialisme uit te dragen. Wat hier gebeurt is eenvoudig. Men haalt hier bewust etymologie en epistemologie door elkaar (of in wat algemener Nederlands: men begint een woordspelletje). Men pakt het woordje sociaal (in de zin van sociaal-doen in een café) en het woordje sociaal van het socialisme en komt vervolgens tot de conclusie dat de twee hetzelfde zijn. Soms per ongelijk, want het wereldje van sommige mensen is soms echt beperkt tot het café.
Eenieder die echter is geïntroduceerd tot de filosofie kan, als hij of zij wil, hier dwars door heen kijken. Introductie? Jazeker. Men hoeft elk in het woordenregister “etymologie” en “epistemologie” op te zoeken om te weten dat die woorden twee verschillende dingen zijn. Sociaal gedrag is iets anders dan “sociaal” beleid. Het woord “sociaal” is in politieke context nauwelijks gedefinieerd en staat dus open voor ieder die het wil claimen. Nog naast dat het gewoon een domme aanname is sociaal beleid en sociaal gedrag hetzelfde zijn, uiteraard. Dit is de eerste vergissing.
Christelijk socialisme heeft helaas een lange geschiedenis. Ten grondslag van dit idee ligt de vergissing dat het Christendom neerkomt op religieuze armenzorg. Of nog erger: socialisme met een hemel. Dit is de tweede noodzakelijke vergissing om te denken dat er iets bestaat als “Christelijk-Sociaal”.
Let wel: een deel van het Christendom is wel degelijk “armenzorg”. Kijk maar naar het compendium van de sociale leer van de Kerk dat een leer is over ethisch denken over de economie. Maar iets geven om de mensen die het iets minder getroffen hebben is iets anders dan hele socialistische systeem, de dictatuur van de verworpenen der aarde. Zoals het strijdlied “de Internationale” het zo treffend weet te zeggen.
Het socialisme heeft veel leerstellingen. Zo is in de socialistische samenleving iedereen gelijk. Niemand mag dus discrimineren omdat er geen verschil mag zijn in mensen. Oftewel: niemand heeft vrienden omdat de keuze wie wel en wie niet vriend is uiterst discriminatoir is. Mensen verschillen immers en niet iedereen kan een vriend worden. Men heeft slechts kameraden van wie men de sociale (daar hebben we het woordje weer) aanwezigheid meer of minder waardeert. Dit is de vernietiging van de beschaving zoals we die kennen. Veel westerse filosofen, zoals bijvoorbeeld Aristoteles, bewonderden vriendschap. Aristoteles bewonderde het fenomeen niet alleen, hij deed er zelfs nog een schepje bovenop. Zonder vrienden valt niet te leven. En: voor wie geen filosoof kan worden, is vriendschap het hoogst haalbare.
De waan dat iedereen gelijk is in het Christelijk-Sociaal denken is de derde vergissing. Omdat zij de deur open zet voor iets fundamenteel kwaadaardigs als het socialisme. Bovenop de gelijkheidswaan van het Chistelijk-Sociaal denken komt de vierde vergissing. Deze vergissing komt vooral uit in populaire zielige kleinburgerlijke taboes, zoals antiracisme. Van deze vergissing is de meest vervelende omdat zij zich vertaald in politiek beleid dat dus in naam van iets Christelijks antichristelijk beleid promoot, namelijk het socialisme. Het meest misdadige politieke systeem ooit.
Chistelijk-Sociaal denken is dus vergissing op vergissing op vergissing op vergissing stapelen. Wie heeft de moed hier de stekker uit te trekken?



