laatste nummers

Katholiek magazine voor nederland en vlaanderen



Wie het nieuws een beetje volgt weet dat het weer zover is: een sexschandaal in de RKK. Dit keer in Duitsland. We hebben Amerika gehad, Ierland, Australie, nu Duitsland, en dat zijn dan nog de landen die het wereldnieuws halen. De hoop van Observatrix dat de schuldigen gestraft worden en de slachtoffers hulp krijgen deel ik.

Wat ik wel zeker weet, hoop of geen hoop, is dat we een hernieuwde golf van meningsuitingen krijgen die neerkomen op: ja, dat krijg je als je mannen tot celibaat dwingt!

De gedachtengang is dan ook volstrekt voor de hand liggend. De meeste mensen weten uit eigen ervaring wel dat de sexuele drijfveer bijzonder krachtig is. En zeker sinds pakweg de jaren zestig weten we allemaal dat als je je diepste neigingen onderdrukt, je neurotisch wordt, een maagzweer krijgt, en de onderdrukte neiging op allerlei geperverteerde manieren de kop weer op steekt. Het celibaat vraagt dus gewoon om dit soort ellende. En als het celibaat nu nog ergens goed voor was, maar wie in deze wereld gelooft nou serieus dat sex iets slechts is, waar je van af moet zien omdat God dat zo graag heeft?

Het lastige met dat soort redeneringen is dat we soms wat al te makkelijk gaan geloven in een idee, zonder naar de feiten te kijken. Om wat voorbeelden te noemen:

  • Kinderen die ontvoerd worden, worden door de vader ontvoerd. Want moeders zijn een soort semi-heiligen, die hun leven in dienst stellen van hun kind, en vaders zijn mannen. En mannen deugen natuurlijk al niet helemaal, of zijn minstens verdacht. De feiten echter leren iets anders: meer dan 80% van alle kindontvoeringen worden gepleegd door de moeder.
  • Stress is ongezond. Hard werken levert slijtage. In de natuur zie je dat niets doen veel gezonder is, zie bijvoorbeeld de luiaard en de leeuw. Verveling is dus gezond. Maar nee, wat laat onderzoek zien: er is een aantoonbare correlatie tussen veel verveling en vroeg sterven.

En nu terug naar de relatie tussen celibaat en kindermisbruik, maar dit keer op basis van de cijfers: de kans dat een man een kind misbruikt is bijzonder veel hoger als hij géén celibaatsgelofte heeft afgelegd.

Natuurlijk maakt dat de zaak voor de Kerk niet minder ernstig. Ieder slachtoffer is een individu, dat niets te maken heeft met statistieken. En iedere dader die tevens priester is, maakt zichzelf, zijn wijding en zijn Kerk te schande. De Kerk heeft een morele verplichting hier iets aan te doen. En daar lijkt toch iets mis te gaan.

Het celibaat is de boosdoener niet, blijkt uit de feiten. De redenering die dit verband wel legt, klopt dan ook van geen kanten. Dat sexualiteit een sterke drijfveer is klopt wel. Maar het gedachtegoed dat het onderdrukken van dergelijke drijfveren tot neuroses, perversies en ziekten leidt is, als het al juist is, geen reden om het celibaat af te wijzen. Het celibaat is als het goed is geen onderdrukking van de sexualiteit, maar een beheersing. Het in katholieke kring tot pakweg de jaren zestig van de vorige eeuw volstrekt normale idee dat de emoties en de driften onder het gezag van de wil geplaatst dienen te worden, kortom het idee dat zelfbeheersing een belangrijke deugd is, is misschien voor velen tegenwoordig achterhaald, maar zoveel gelovige katholieken zijn er dan ook niet meer over.

Wie in deze wereld gelooft nou serieus dat sex iets slechts is, waar je van af moet zien omdat God dat zo graag heeft?

Misschien niet intrinsiek slecht, maar verder zou het antwoord op deze vraag droog mogen zijn: iedere katholiek. Het celibaat is de meest vergaande vorm van sexuele zelfbeheersing, maar iedere katholiek zou zich geroepen moeten weten tot kuisheid. De kuisheid van het huwelijksleven is óók een vorm van sexuele zelfbeheersing, van matigheid. De kuisheid van de ongehuwden is niet anders dan het celibaat de volledige vorm van sexuele zelfbeheersing, met slechts dat verschil dat ze niet op voorhand voor de rest van het leven is.

Als het celibaat de boosdoener niet is, wat dan wel?

Uit de literatuur rond sexueel misbruik blijkt wel enig verband tussen een besloten omgeving met sterke hierarchische verhoudingen en een taboe op sexualiteit enerzijds, en (kinder)misbruik anderzijds. Wie zich dat realiseert, ziet ineens een ander terugkerend thema in de berichtgeving over de sexschandalen in de RKK, naast het celibaat: de doofpot. De RKK wordt bijzonder vaak verweten niet in te grijpen en vooral niet open te spreken over sexueel misbruik. Ik zou daar aan toe willen voegen: het is niet geheel zeldzaam te horen van priesters dat zij ervaren hebben dat aan het celibaat, en de moeite die dit kan kosten, in de seminarietijd bijzonder weinig aandacht is besteed.

We leven in een vreemde tijd. Sex is alomtegenwoordig, het wordt besproken op radio en TV, op internet en in de bedrijfskantine. Maar zelden of nooit vanuit een katholiek perspectief. We hebben als katholieken misschien geleerd kuis te zijn en onze driften te beheersen, maar we hebben niet geleerd hoe we dat anderen kunnen leren, hoe we daarover kunnen spreken. Te gemakkelijk kiezen we ervoor te zwijgen, of ons te beperken tot wat korte uitspraken die vooral de indruk oproepen “daar heb je weer zo’n christen die bang is voor sex”.

In een wereld waar hedonisme de norm is geworden, ligt een taak voor ons katholieken. Niet alleen ons eigen leven te heiligen, zeker niet de taak bedroefd de andere kant op te kijken als een broeder of zuster in het geloof ernstig faalt, maar vooral om aan de wereld, de jongeren voorop, een duidelijk verhaal te vertellen. Geen verhaal van afkeer, geen verhaal over de zondigheid van sex, geen wereldvreemd verhaal ook, maar een verhaal van Gods liefde voor de mens, van het mooie van sex, en het minder mooie. Het katholieke verhaal van huwelijk, celibaat en kuisheid, is de moeite waard om verteld te worden.

Een verhaal dat nog vanuit onverwachte hoek wordt ondersteund




































































































Techniek: Micro Formatica | Ontwerp: Tom Zwitser