Vanochtend ben ik voor het eerst in mijn leven in de Sint-Willibrorduskerk in Utrecht geweest. De befaamde en beruchte kerk van priester Kotte is als Latijnse rectoraatskerk actief als de landelijke hoofdkerk van de Vereniging voor Latijnse Liturgie. De reden voor mijn bezoek was het vormsel van een goede vriend samen met zijn vrouw en kinderen. Een andere reden was dat ik graag eens een viering meemaakte in deze kerk, niet alleen vanwege haar plechtige en klassieke karakter, maar ook vanwege het feit dat sinds kort de H. Mis hier wordt gecelebreerd door pr. H. van der Vegt, rector van deze kerk.
Mijn eerste reactie tijdens de dienst was: “Zo kan het dus ook”. Bij binnenkomst (tien minuten te laat) liet het koor een keurig verzorgd gezang horen. Een niet al te grote formatie, maar wel zuiver, klassiek en kwalitatief ruim op maat. Zo kan het dus ook.
Waar anderen het presteren om zelfs tijdens zogenaamde ‘Latijnse Missen’ liederen van Huub Oosterhuis, Willem Vogel en aanverwante potjesdichters op te voeren, was vanochtend de Latijnse Mis een Mis in het Latijn. Zo kan het dus ook.
Een sobere bemensing van de Liturgie creëert rust. Twee oudere mannen als misdienaar kweten zich uitstekend van hun taak. De priester las zelf de eerste twee lezingen. Zonder gedraaf, zonder vertoon, om daarna een Evangelielezing te zingen. Vrijwilligers, ‘-sters’ of nog erger – ‘pastors’ en priesteresen van Astarte - zijn blijkbaar niet nodig. Zo kan het dus ook.
Waar men in veel katholieke kerken de preekstoel heeft weggesloopt en in een enkele kerk is vergeten de kansel te slopen, is het in de meeste katholieke kerken ongebruikelijk dat de prediker de preekstoel beklimt om het Woord van God te bedienen. In de Willibrordus beklom priester Harry van der Vegt wel de preekstoel. Zo kan het dus ook.
De preek was gebaseerd op alledrie de lezingen. Na de inleiding refereerde hij aan de woorden uit de profeet Jesaja, zijn tweede punt ging door op de lezing uit de brieven van Paulus, het derde punt was een uitwerking van de Evangelielezing van vandaag. De toepassing maakte het compleet. Kort, helder, duidelijk, Schriftuurlijk. Zo kan het dus ook.
De Heilige Mis was ‘ad orientem’, dus met het gezicht ‘naar God’ en niet naar de gemeente (en met de rug naar God). Het is de houding van de losser en niet die van Jona die in een zelfgezocht liturgisch schip een eigen gebedsrichting koos (met de rug naar zijn Opdrachtgever). Zo kan het dus ook.
Er stond geen rare tafel voor in de kerk tussen het koor en de gelovigen. Het altaar was waar het hoorde: in het koor zelf als één geheel met het tabernakel. Voor het koor bevond zich een afscheiding, niet een echt koorhek maar wel een een communiebank met een hekje waarop de gelovige de Hostie ontvangt. Zo kan het dus ook.
Zoals het voor de Grote Omwenteling in de jaren ‘60 gebeurde, kan het dus nog steeds. Ik keek nog eens goed om me heen. Het waren uiterst normale mensen die ik in de kerk zag zitten. Iets jonger, iets excentrieker of juist chiquer, iets zelfbewuster wellicht dan in de gemiddelde parochie. Maar toch: het is mogelijk te geloven en de Heilige Mis te houden in een omgeving die niet is gemolesteerd door de Beeldenstormers uit het Oosterhuis-kwartier. Lelijkheid en vandalisme zijn dus geen voorwaarden voor een bijdetijds geloof. Het is nog steeds mogelijk katholiek te zijn in een omgeving van rust, schoonheid en orde. Gelukkig maar, zo kan het dus ook.

