Eindelijk en te langen leste heeft de bisschop van Haarlem-Amsterdam ingegrepen en pastoor Vlaar tijdelijk van zijn functies ontheven. Hij heeft een bezinningsperiode gekregen. Dit klinkt een beetje wollig maar in kerkrechtelijke taal is pastoor Vlaar voor twee maanden gesuspendeerd als pastoor van Obdam. Nu is volgens canoniek recht een suspensie een verbeteringsstraf. Dat wil zeggen: zij beoogt een bekering bij de betrokkene, spijt over het misdrijf jegens de kerkelijke gemeenschap en de oprechte wil om dit laakbaar gedrag in de toekomst niet meer te vertonen. Pas als deze voorwaarden vervuld zijn, kan de bisschop de suspensie opheffen. Daarmee is de suspensie van twee maanden een minimumstraf. Immers pas als pastoor Vlaar spijt betuigt en beterschap belooft, kan de suspensie worden opgeheven.
Ondertussen is luid en duidelijk gebleken dat pastoor Vlaar niet alleen het probleem is. En dan bedoel ik niet de media die duidelijk sympathie koesteren voor de stuntende priester. We zijn langzaam wel gewend dat de pers over het algemeen weinig begrijpt van geloofszaken en de zaken het liefst versimpelt in een continue hetze tegen de Katholieke Kerk. Ik bedoel ook niet de stuitende column van prof. Smalhout in de Telegraaf van afgelopen zaterdag. Hij glijdt immers telkens uit als hij zich met interne zaken van de katholieke Kerk bezig houdt. Hij is duidelijk niet katholiek en heeft geen enkele affiniteit met het katholieke geloof. Hij doet ook geen enkele poging de bekommernis van katholieken rond een bepaald thema te begrijpen. Zo was het bij de liedkwestie waarin hij zich – volledig onbevoegd – mengde en nu ook in de kwestie Vlaar. Wij (katholieken) zouden volgens hem zuinig moeten zijn op wat hij noemt een charismatische figuur als Vlaar. Het lijkt mij er toch wel toe te doen in welke zin iemand charismatisch is. Ik wijs alleen maar even op Simon de Tovenaar uit Hand. 8. Hij was zeker zeer charismatisch maar de Bijbel spreekt niet bepaald lovend over hem. Enfin, zoals gezegd, de pers en prof. Smalhout hoeven ons niet te verontrusten. Zij zijn buitenstaanders.
Wat echter wel hoogst verontrustend is, is het feit dat blijkbaar praktisch alle Obdamse katholieken achter pastoor Vlaar staan; dat zij in hoge mate gedegenereerd zijn tot “Vlaartjes” zoals ik die in mijn vorige artikel beschreven heb. Getuige alle acties heeft praktisch niemand nog de sensus catholicus (het gewone katholieke aanvoelen).
Nog verontrustender vind ik dat Obdam waarschijnlijk geen uitzondering is: dat het grootste gedeelte van de Nederlands katholieken, zelfs de kerkgaanden, op heel veel punten nauwelijks katholieke standpunten heeft. Misschien juist daarom houden veel priesters en bisschoppen in de prediking zich maar liever op de vlakte, omdat ze weten dat ze anders een groot gedeelte van hun gelovigen afstoten. Zo wachten we nu al jaren op een duidelijke bisschoppelijke brief over het communiceren. Veel verder dan algemene woorden over waardig zijn en zichzelf onderzoeken komt men niet. De zogenaamde Reuselse “hostierel” heeft meer dan duidelijk gemaakt dat een dergelijke brief voor de normale duidelijkheid binnen de Kerk hard nodig is, maar de recente berichten over het goede gesprek van het kerkbestuur van St.-Jan en het COC maken tegelijk duidelijk dat het er waarschijnlijk niet van zal komen. Men vreest met grote vreze de harde werkelijkheid en kiest voor een “pastorale” aanpak die alles behalve pastoraal is maar die wel de schijn ophoudt. In die zin zal men de preek van mijn diaken dit weekend wel niet pastoraal vinden. Hij heeft in zijn preek naar aanleiding van de verwoesting van Sodom in de eerste lezing over sodomie, de zonde van Sodom, gesproken: homoseksueel handelen dat door God ten diepste wordt afgekeurd. Hij sprak over onze cultuur waarin roze maandagen, dolle dinsdagen en roze woensdagen zich opstapelen, alles met talloze deelnemers. Dit wordt door de overheid gesteund. Er wordt beweerd, ook door de overheid gesubsidieerd, dat God de mens toch met deze aanleg geschapen heeft en dat die dus goed moet zijn. De diaken bracht daar tegen in, dat God de mens als man en vrouw geschapen en dat alle andere neigingen gevolgen zijn van de erfzonde waartegen wij geroepen zijn met Gods genade te vechten. Hij pleitte voor gebed en goed vriendschappen. Tijdens deze preek verlieten verschillende mensen de kerk en nadien waren er nogal wat die zeiden: “zo jaag je iedereen uit de kerk!” En daarmee is opnieuw aangetoond: het katholieke gehalte van de gemiddelde kerkganger, dat is het meest verontrustende. Dit hebben 50 jaar preken en leven “in de geest van het Concilie” bereikt.
Als het alleen Obdam was, zou ik pleiten voor de herinvoering van het plaatselijk interdict. Dat was een straf waardoor de bisschop in een bepaalde kerk alle kerkelijke en sacramentele diensten verbood, tot dat de parochie beterschap beloofde. De kerk ging dan gewoon voor onbepaalde tijd op slot.
Maar je kunt toch moeilijk praktisch heel Nederland onder het interdict leggen.



